Geschiedenis

Het allereerste IGO-Doelencongres werd in 1984 gehouden en is als jaarlijks driedaags congres vanaf 1990 voortgezet; sinds 2001 is het congres tweejaarlijks.

Bij aanvang van de IGO-Doelen-congresreeks was de doelstelling de niet-universitair werkende Nederlandse en Vlaamse gynaecoloog, op die manier bij te scholen, dat hij/zij het specialisme in de volle omvang kon blijven uitoefenen.

In navolging van de universitair werkende gynaecoloog is het ook voor de niet-universitair werkende gynaecoloog een feit geworden dat hij/zij het specialisme niet meer in de volle omvang kan uitoefenen. Het IGO-Doelencongres biedt de mogelijkheid kennis te nemen van de belangrijke ontwikkelingen binnen het
gehele specialisme.

Vanwege de enorme uitbreiding van het specialisme is in het verloop van de IGO-Doelen-congresreeks het aantal dagprogramma’s van drie (elke dag één dagprogramma) toegenomen tot elf in 2011, tot 12 in 2013. In 2015 waren het er zelfs 15 (iedere congresdag vijf verschillende dagprogramma’s). Het aankomende 22e IGO-Doelencongres omvat 12 verschillende dagprogramma’s, vier per dag.

Met de uitbreiding van het specialisme zijn de afgelopen 32 jaar beroepsgroepen toegevoegd, die mede de kwaliteit van zorg bepalen: fertiliteitsartsen 1e & 2e lijns verloskundigen totaal 1000 deelnemers echoscopisten seksuologen. De nascholing die het IGO-Doelencongres biedt, is tevens voor hen bedoeld (afhankelijk van het specifieke dagprogramma uiteraard).

De aios/gso, die het specialisme veelal heeft gekozen vanwege de grote diversiteit van aandachtsgebieden, krijgt deze diversiteit in drie dagen tijd op een systematische wijze aangeboden.